Top

Volledig terugdraaien, gedeeltelijk terug draaien of helemaal niet terugdraaien. Welke vergoedingsstructuur kies jij?

huis biljet 50 euro
7 dec

Volledig terugdraaien, gedeeltelijk terug draaien of helemaal niet terugdraaien. Welke vergoedingsstructuur kies jij?

Per 1 januari 2021 wordt een belangrijke verandering doorgevoerd door de regering, die een grote impact kan hebben op het rendement dat behaald kan worden bij een investering in zonnepanelen. Afhankelijk van de situatie heeft dit vanuit financieel oogpunt een positief of negatief effect.

Wie voor 1 januari zonnepanelen laat installeren, heeft de keuze uit twee verschillende vergoedingssystemen: volgens het “volledig terugdraaiende teller” principe of het “gedeeltelijk terugdraaiende teller” principe.  Beide vergoedingssystemen zijn in principe voor een duur van 15 jaar van kracht.

Wie vanaf 1 januari 2021 zonnepanelen laat installeren valt automatisch onder een derde vergoedingssysteem, dat we nu het “nieuwe vergoedingssysteem” zullen noemen.  Behalve dit nieuwe vergoedingssysteem, komt er dan ook een subsidie op zonnepanelen beschikbaar. Voor meer informatie over de Vlaamse zonnepanelen subsidie ga naar Welke subsidie is er op zonnepanelen vanaf 1 januari 2021? onderaan deze pagina.

Wat zijn de verschillen tussen de vergoedingssystemen waar dit jaar voor gekozen kan worden

Indien je kiest voor het “volledige terugdraaiende teller principe”, zal de netbeheerder je jaarlijks een prosumententarief aanrekenen. Dit is een vergoeding voor het gebruik van het net, dat is gebaseerd op het vermogen van de omvormer. Iedere netbeheerder rekent met een ander tarief en dit tarief kan jaarlijks veranderen. Om te zien met welk prosumententarief jouw netbeheerder rekent, klik hier.

Hier staat tegenover dat dan het principe van de “terugdraaiende teller” wordt gehanteerd bij de berekening van je energiefactuur. Dit betekent dat alle geïnjecteerde stroom verrekend zal worden met de afgenomen hoeveelheid. Injecteer je meer stroom dan dat je afneemt? Dan blijft de teller op nul staan.

De prijs die je voor stroom betaalt, wordt bepaald door drie factoren: de energiekost, de nettarieven en de heffingen. Deze bepalen samen de prijs per kilowattuur (kWh). Indien de energiefactuur wordt bepaald op basis van het volledig terugdraaiende teller principe, wordt de geïnjecteerde stroom op alle drie deze factoren verrekend. Als je dus evenveel energie produceert, als dat je verbruikt, zijn de totale elektriciteitskosten dus nul. Je hebt dan nog enkel te maken met de vaste kosten binnen de energiefactuur. Het elektriciteitsnet fungeert dan dus als een batterij.

Dit is heel anders als je kiest voor het ”gedeeltelijk terugdraaiende teller principe”. Het prosumententarief komt dan te vervallen en dit scheelt jaarlijks al snel 250 a 500 euro, afhankelijk van de grootte van de omvormer en de netbeheerder. Daar staat tegenover dat het principe van de terugdraaiende teller gedeeltelijk komt te vervallen. Hiervoor in de plaats is de regeling van kracht dat voor het saldo afgenomen stroom, waarvoor injectie van stroom tegenover staat, enkel het distributienettarief, worden betaald. In de praktijk betekent dit dat enkel de leveranciersprijs, de federale bijdrage en heffingen blijven terugdraaien. Dit tarief is grofweg de helft van de standaard volle kilowattuurprijs. Voor de teruggeleverde stroom ontvang je dus ongeveer de helft, van hetgeen je betaald voor afgenomen stroom. Daar staat tegenover dat je geen prosumententarief betaald.

Als je kiest voor het gedeeltelijk terugdraaiende teller principe is het dus belangrijk om zoveel mogelijk energie zelf te verbruiken, omdat dit gedeelte van de opgewekte zonne-energie het meeste oplevert. Namelijk vermeden afname van stroom tegen een voltarief. Het kan dan interessant zijn om te investeren in een energiemanagementsysteem of een thuisbatterij, om het eigenverbruik van zonne-energie verder te optimaliseren als je kiest voor het tweede vergoedingssysteem.

Voorbeeldberekening situatie met het volledig en gedeeltelijk terugdraaiende teller principe

Om het  effect van beide tariefstructuren op de energierekening te verduidelijken zullen we een voorbeeld geven.

Situatie

  • Injectie van opgewekte zonne-energie in het elektriciteitsnet 2500 kWh
  • Afname van stroom uit het elektriciteitsnet 1500 kWh

Berekening energierekening op basis van het volledige terugdraaiende teller principe

  • De energiekost, nettarieven en heffingen worden aangerekend op basis van je nulverbruik (= 1.500 kWh – 2.500 kWh);
  • Er wordt jaarlijks een prosumententarief aangerekend voor gebruik van het elektriciteitsnet. Deze is gebaseerd op het omvormervermogen en per netbeheerder verschillend.

Berekening energierekening op basis van het gedeeltelijk terugdraaiende teller principe

  • De energiekost en de heffingen worden aangerekend op basis van uw nulverbruik (= 1.500 kWh – 2.500 kWh);
  • De nettarieven worden aangerekend op basis van uw werkelijke afname namelijk 1.500 kWh.

Welke tariefstructuur bij jou beter uitpakt hangt samen met de verhouding tussen het opgestelde zonnepanelenvermogen in verhouding tot het energieverbruik. En daarnaast is de gelijktijdigheid van energieopwekking en energieverbruik bepalend voor welke structuur voor jou gunstiger is.

Wanneer kun je beter kiezen voor het volledige terugdraaiende teller principe?

In het geval dat je relatief weinig van de opgewekte zonne-energie zelf gebruikt en dus veel stroom injecteert in het energienet. Dit omslagpunt ligt bij ongeveer 30% eigenverbruik. Gebruik je minder dan 30% van je opgewekte stroom direct zelf? Dan kan het interessant zijn om te kiezen voor dit principe. Door toepassing van een energiemanagementsysteem of een thuisbatterij, kan het eigenverbruik wel sterk worden verbeterd.

In algemene zin kan gesteld worden dat keuze voor het volledige terugdraaiende teller principe interessant is indien:

  • Je door toepassing van energiemanagement niet je eigenverbruik kunt verbeteren
  • Je geen ruimte beschikbaar hebt voor het toepassen van een thuisbatterij
  • Je zonne-energiesysteem veel meer energie opwekt dan dat je zelf gebruikt.
  • Je overdag veel van huis bent
  • Je vooral ’s avonds en ’s nachts elektriciteit verbruikt
  • Je in de zomer veel minder elektriciteit gebruikt dan in de winter
  • Je in de winter veel meer elektriciteit gebruikt, omdat de woning bijvoorbeeld met een warmtepomp of elektrische vloerverwarming

Wanneer kun je beter kiezen voor het gedeeltelijk terugdraaiende teller principe?

In het geval dat je een redelijke hoeveelheid van de opgewekt zonne-energie zelf kunt gebruiken. Zoals gesteld ligt dit omslagpunt bij ongeveer 30% eigenverbruik. Door toepassing van een energiemanagementsysteem is het doorgaans eenvoudig om boven dit percentage uit te komen. Ook met de toepassing van een thuisaccu is dit percentage gemakkelijk te verhogen, tot wel 70-80%.

In algemene zin kan gesteld worden dat keuze voor het gedeeltelijk terugdraaiende teller principe interessant is indien:

  • Je door toepassing van energiemanagement eenvoudig je eigenverbruik kunt verbeteren
  • Je genoeg ruimte beschikbaar hebt voor het toepassen van een thuisaccu
  • Je naar verhouding weinig zonnepanelen hebt, die op jaarbasis minder opwekken dan je totale elektriciteitsbehoefte
  • Je overdag veel thuis bent
  • Je vooral ’s ochtends en ’s middags elektriciteit verbruikt
  • Je in de zomer en winter ongeveer evenveel elektriciteit verbruikt
  • Je in de zomer je woning koelt met een airconditioning
  • Je in de winter je woning niet verwarmt door bijvoorbeeld een warmtepomp of elektrische vloerverwarming

Welk tarief is voor mij het beste?

Op de website van de VREG is een simulator digitale meter beschikbaar, waar je op basis van jouw situatie eenvoudig kunt berekenen welk tarief voor jou het meest gunstig is. Bedenk wel dat het in de meeste eenvoudig is om je zelfconsumptie te verbeteren door het toepassen van een energiemanagementsysteem.

Wat is de invloed van een digitale meter op de verschillende tarieven?

Sinds juli 2019 wordt de digitale meter geleidelijk uitgerold over Vlaanderen. Hierbij zijn mensen die hun woning verbouwen, met een budgetmeter of met zonnepanelen het eerste aan de beurt. Wanneer je zonnepanelen laat plaatsen word je woning sowieso voorzien van een digitale meter.

Door toepassing van de digitale meter is het mogelijk om de stroom die van het net wordt afgenomen en de stroom die op het net wordt geïnjecteerd apart te registreren. Met de traditionele analoge elektriciteitsmeter is dit niet mogelijk en wordt de geïnjecteerde stroom vanzelf afgetrokken van de afgenomen stroom.

Om te kunnen rekenen met  het gedeeltelijk terugdraaiende teller principe is toepassing van een digitale meter een vereiste om onderscheidt te kunnen maken tussen geïnjecteerde en afgenomen elektriciteit. Als je kiest voor het volledig terugdraaiende teller principe, kan dit ook bij toepassing van een digitale meter. Deze zal dan virtueel terugtellen.

De digitale meter heeft dus geen invloed op de verschillende tarieven, maar is wel een vereiste voor toepassing van het gedeeltelijk terugdraaiende teller principe.

Zonnepanelen vanaf 1 januari 2021

Als je na 1 januari zonnepanelen laat installeren, kun je hier subsidie voor aanvragen. Dit is een eenmalige aanschafsubsidie waarbij je per geïnstalleerde kilowattpiek een vergoeding ontvangt. De subsidieregeling loopt van 2021 t/m 2024. Ieder jaar worden de subsidiepremies met 25% verlaagd.

In 2021 bedraagt het subsidiebedrag van 0 t/m 4 kilowattpiek 300 euro per kilowattpiek. Van 4 t/m 6 kilowattpiek bedraagt het subsidiebedrag 150 euro per kilowattpiek. De maximaal te ontvangen premie, bij een zonne-energiesysteem van 6000 Wp, komt hiermee op 1500 euro.

Ook geldt dat voor alle zonne-energiesystemen die vanaf 1 januari 2021 worden geïnstalleerd geen prosumententarief meer van toepassing is. Hier staat tegenover dat er geen enkel gedeelte van de elektriciteitsprijs nog terugdraait, zoals bij de vergoedingssystemen in 2020 nog wel het geval is. Wel kan de energieleverancier voor de geïnjecteerde stroom een vergoeding geven. De hoogte van deze vergoeding kan de energieleverancier zelf bepalen en deze mag niet negatief zijn. Bij de keuze voor een energieleverancier is het dus belangrijk om na te gaan hoe hoog de vergoeding is die wordt gegeven op geïnjecteerde stroom.

Nog belangrijker dan voor 2021 wordt het om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk energie wordt verbruikt op het moment dat zonne-energie wordt geproduceerd. Een geproduceerde kilowattuur die zelf wordt gebruikt is namelijk altijd meer waard, dan een kilowattuur die wordt teruggeleverd. Door zoveel mogelijk zonnestroom zelf te gebruiken wordt dure inkoop van het net ook vermeden.

Dit kun je doen door elektrische apparatuur die veel energie verbruikt zoals een warmtepomp, elektrische vloerverwarming, elektrisch boilervat, (vaat-) wasmachine, droger of laadpaal voor een elektrische auto, zoveel mogelijk aan te hebben staan als je zonnepanelen elektriciteit produceren. Om dit zoveel mogelijk te automatiseren en dit zo efficiënt mogelijk te doen, kun je een SOLARWATT EnergyManager toevoegen aan de zonnepaneleninstallatie. Hiermee kun je ervoor zorgen dat de energieproductie en energievraag perfect op elkaar zijn afgestemd en in welke prioritering gehanteerd moet worden bij het gebruik van de zonnestroom.

Een volgende stap is het toevoegen van een thuisbatterij aan het zonne-energiesysteem. De SOLARWATT MyReserve is een thuisbatterij waarmee je de opslagcapaciteit perfect kunt afstemmen op het overschot aan zonnestroom. Hierdoor heb je nooit te weinig, maar zeker ook niet te veel batterijcapaciteit voor de tijdelijke opslag van jouw zonnestroom. Door toepassing van een SOLARWATT MyReserve kun je de overtollige zonnestroom ook ’s avonds gebruiken, wanneer je deze nodig hebt.

 

 

Zonnepanelensubsidie 2021: wees er snel bij

Voor deze zonnepanelensubsidie is door Minister Zuhal Demir een budget vrijgemaakt van 32 miljoen euro. Hiermee kunnen ongeveer 27000 zonne-energiesystemen in aanmerking komen voor deze investeringspremie. De verwachting is dat dit budget al ver voor het einde van 2021 op zal zijn. Indien je gebruik wilt maken van de zonnepanelenpremie, is het dus van belang om deze in 2021 zo snel mogelijk aan te vragen.

Om in aanmerking te komen voor de subsidie, dient je woning wel aan een voorwaarde te voldoen. Voor de woning moet voor 1 januari 2014 een bouwaanvraag zijn gedaan. Vanaf die datum moeten woningen namelijk al verplicht een gedeelte van hun energievraag halen uit hernieuwbare bronnen.

Een andere voorwaarde is dat de subsidie alleen van toepassing is voor zonne-energiesystemen, waarbij de omvormer een maximaal AC vermogen heeft van 10 kilovoltampère.

Wico Gerritsen